26-10-2026

Waarom dezelfde klacht een paar maanden later weer op je tafel ligt

AVK te hard werkende therapeut

Het verhaal is al zo vaak verteld

Ze stapt binnen, gaat zitten en begint te vertellen. Over de hoofdpijn die al twee jaar duurt. Over de huisarts, de fysio, de bloedonderzoeken waar niets uitkwam. Over dat het ‘waarschijnlijk stress’ is.

Je luistert. Je stelt goede vragen. Je bent er helemaal.

En toch heb je dat gevoel: dit verhaal is al heel vaak verteld. Het is glad geworden. Het rolt eruit zoals het al bij tien andere mensen eruit is gerold, in dezelfde volgorde, met dezelfde woorden. Het gaat langs haar hoofd en het gaat langs het jouwe. Maar het raakt niets.

Aan het einde van het gesprek weet je precies waar ze mee binnenkwam. En daar ben je dus ook weer uitgekomen.

Je werkt hard en je komt niet verder dan de voordeur

Het gekke is: het ligt niet aan jouw inzet. Juist niet. Jij bent degene die er net iets langer voor gaat zitten, die doorvraagt, die het achterste van de tong wil horen.

Alleen is ons hoofd een fantastische verteller en een hele matige getuige. Het maakt van alles een logisch verhaal. Het legt verbanden die er misschien niet zijn, en laat weg wat niet in het verhaal past. En wat er écht gebeurde toen ze acht was, of vorig jaar, of drie weken geleden op dat ene moment, dat zit vaak helemaal niet in woorden.

Daar komt bij dat een cliënt het meestal gewoon niet wéét. Ze zegt dat het goed gaat thuis. Dat ze best gezond eet. Dat ze eigenlijk nergens last van heeft, behalve dan van die hoofdpijn. Ze liegt niet. Ze heeft alleen geen toegang tot wat er onder de oppervlakte ligt.

En dan is er nog iets. Als jij niet weet waar het zit, ga je invullen. Je hebt ervaring, je hebt een niet-pluisgevoel, je hebt een vermoeden. Voor je het weet ben je aan het raden en aan het redden. Je gaat hárder werken dan je cliënt. Dat voelt alsof je iets doet, maar ondertussen ben je bezig met jouw idee over haar klacht, niet met haar lijf.

Waarom je keurig uitkomt waar je begon

Kijk eens naar wat er eigenlijk gebeurt. De cliënt levert het verhaal aan. Jij werkt met dat verhaal. Dus je antwoord zit al in de vraag.

Ze komt binnen met hoofdpijn, dus jullie gaan het over hoofdpijn hebben. Je kijkt naar de nek, naar het scherm op kantoor, naar hoeveel water ze drinkt. Allemaal zinnig. En vaak helpt het ook, een poos.

Maar een klacht is zelden het probleem. Een klacht is het rode lampje op je dashboard. Je kunt het lampje eruit draaien, dan is het inderdaad stil in de auto. Tot er iets anders gaat piepen.

Daarom zie je die cliënt een paar maanden later terug met dezelfde klacht in andere woorden. De hoofdpijn is nu een stijve nek. Of een kort lontje. Of ineens een kind dat niet meer slaapt. Jij denkt: we waren er toch? En zij denkt: het helpt dus niet echt.

Het probleem is niet dat je te weinig weet. Het probleem is dat je geen manier hebt om te chécken. Je hebt geen tweede bron naast dat gladde verhaal. En zonder tweede bron blijf je hangen in wat het hoofd aanlevert.

Het lijf laten antwoorden

En nou komt het mooie. Er zit altijd iemand anders in de kamer die het ook weet: het lijf van je cliënt.

Een spier reageert namelijk anders op een ja dan op een nee. Anders op spanning dan op ontspanning. Je legt een arm in een bepaalde positie, geeft lichte druk, en je voelt het verschil. Soms houdt de spier het vast en stevig. Soms zakt hij weg, terwijl diezelfde spier een minuut eerder prima zijn werk deed. Dat verschil is informatie. Daar hoeft niemand woorden voor te hebben.

Zo wordt de spiertest een gesprek. Jij stelt een vraag, het lijf geeft antwoord, jij stelt de volgende vraag. Stap voor stap zoek je waar de stress zit. Zit het op structureel niveau, in houding, spieren, beweging? Zit het biochemisch, in voeding, vocht, wat het lijf wel of niet verdraagt? Of zit het emotioneel, in een oude schrik, een overtuiging, een situatie waar nog spanning op staat?

Vaak kom je ergens uit waar niemand aan had gedacht. Ook de cliënt niet. En juist dán zie je iets gebeuren in haar gezicht. Oh ja. Dat.

Wat het niet is

Laat ik er meteen duidelijk over zijn, want hier gaat het vaak mis in hoe mensen erover praten.

De spiertest is geen orakel. Je legt geen hand op iemand en weet dan hoe het zit. Je stelt geen diagnoses en je neemt niet de plaats in van een arts.

En het is ook geen trucje dat je op een zaterdagmiddag leert en daarna eindeloos kunt uitdelen. Een test is namelijk zo betrouwbaar als degene die hem uitvoert. Druk je te hard, te snel, te aarzelend? Stel je een vage vraag? Zit jouw eigen spanning in de weg? Dan test je vooral jezelf. Daarom is methodiek belangrijk, en oefening, en nog eens oefening. Leren hoe je neutraal blijft, hoe je een schone vraag stelt, hoe je checkt of je test klopt voordat je er conclusies aan hangt. Veilig, verantwoord en onderbouwd werken, dat is geen bijzaak, dat is het vak.

En wie geneest er dan?

Niet jij. ????

Als kinesioloog genees je niemand. Je haalt stress van het systeem af, en dan doet het lijf de rest. Dat kan het namelijk zelf, zodra de blokkade eraf is. Precies zoals een snee in je vinger dichtgaat zonder dat jij daar iets voor hoeft te bedenken.

Dat is ook meteen het fijnste wat ik ken aan dit werk. Je hoeft niemand te redden en je hoeft het niet beter te weten. Je kijkt samen met je cliënt wat zij wil bereiken en wat haar lijf daarvoor nodig heeft. De verantwoordelijkheid blijft waar hij hoort. Wij noemen dat het selfresponsibility model, en het scheelt je een hoop vermoeidheid op de lange termijn.

Wil je het zelf eens voelen?

Je kunt nog zo veel lezen over spiertesten, het wordt pas echt iets als je het onder je handen voelt gebeuren. Dat moment waarop een arm wegzakt op een woord, en je denkt: hé, wacht even.

Ik heb daar een gratis e-book over gemaakt: De kracht van het Spiertesten. Daarin lees je wat spiertesten precies is en krijg je vier eenvoudige tips waarmee je het meteen zelf kunt ervaren. Vraag hem aan, probeer het uit bij iemand die je vertrouwt en kijk wat er gebeurt.

En als je daarna denkt: hier wil ik veel meer van weten, dan hoor ik dat graag van je. Want zo begon het bij mij ook.

Zonnige dag,
Roos