Voel je dat er méér onder de klacht zit? 5 tips om te luisteren naar het lijf in plaats van de woorden — en waarom spiertesten leren daarbij helpt.
Je zit tegenover iemand en je voelt het gewoon: er zit meer.
De woorden gaan over slecht slapen, of over hoofdpijn, of over “ik ben zo moe”. Maar iets in jou zegt: dit is het niet. Of nog niet helemaal. En dan ga je nóg een vraag stellen, en nóg een, en je merkt dat jullie samen rondjes draaien in hetzelfde verhaal.
Ik ken dat gevoel heel goed. Ik heb jaren geleden precies om die reden besloten om spiertesten te leren. Ik wilde niet meer gokken. Ik wilde het lijf zelf horen.
Want dat is wat er gebeurt als je voorbij de woorden komt: je hoeft niet meer te bedenken wat er speelt, je gaat het onderzoeken. Samen. En dan blijkt de klacht vaak een deurtje te zijn naar iets heel anders.
Hieronder vijf dingen die je nú al kunt doen, ook als je nog geen enkele spier hebt getest. Ze werken bij je cliënt en ze werken bij jezelf. En ze zijn tegelijk het beste voorwerk dat er is als je later echt spiertesten wilt leren.
1. Stop met verder praten en ga vragen stellen
Een klacht is nooit de vraag. Een klacht is een signaal, een lampje op je dashboard. Als je alleen naar dat lampje blijft kijken, blijf je in de klacht hangen.
Ik stel in mijn praktijk altijd mijn beroemde vraag: “Als ik kon toveren, wat mag ik dan voor jou toveren?” En dan meteen erbij: geen kastelen, geen mooie auto’s. Wel dingen die je wilt leren of veranderen. Kinderen snappen dat direct. Volwassenen moeten er meestal even om lachen en gaan dan pas echt nadenken.
Vraag door: wat wil je in plaats daarvan? En hoe merk je dat het gelukt is? Wanneer ben jij tevreden?
Probeer het vandaag eens bij jezelf. Neem je eigen grootste “gedoe” van deze week en schrijf op wat je in plaats daarvan wilt. Je zult merken dat je bij vraag drie of vier ergens komt waar je bij vraag één nog niet was.
2. Formuleer je doel zonder het woordje ‘niet’
Denk nu even NIET aan een roze olifant.
Precies. Je brein hoort vooral het einde van de zin. Ik teken dat regelmatig op het bord: haal je het woordje “niet” weg uit “ik wil niet meer stotteren”, dan staat er “ik wil meer stotteren”. Geen wonder dat zo’n doel niet werkt. Het kan de klacht zelfs groter maken.
“Ik wil niet zo moe zijn” wordt dus: “ik wil met energie opstaan en aan het eind van de dag nog iets leuks kunnen doen.” “Ik wil niet zo zenuwachtig zijn bij die presentatie” wordt: “ik sta ontspannen voor de groep en ik praat rustig en duidelijk.”
Concrete toepassing: pak de laatste drie doelen die je hebt opgeschreven — voor jezelf, of samen met een cliënt. Streep elke ontkenning weg en herschrijf de zin positief. Alleen dat al verandert de richting van het gesprek. En van je lijf.
3. Kijk naar het lijf, niet alleen naar de mond
Er stapte eens een jongetje van acht bij mij binnen, bijna tegen zijn moeder aangeklemd. Zijn hand lag koud in de mijne. Hij had nog geen woord gezegd, maar ik wist al een heleboel.
Het lijf praat altijd al. Hangende schouders. Een zucht op precies dát ene woord. Een blik naar mama voordat er antwoord komt. Een hand die naar de buik gaat terwijl de mond zegt dat het wel gaat. Handen die stil worden als het over werk gaat.
Dit is gratis informatie en de meesten van ons kijken er straal langsheen omdat we zo hard aan het luisteren zijn.
Doe dit eens: neem in je volgende gesprek de eerste twee minuten géén notities en stel geen vraag. Kijk alleen. Waar zit de spanning? Wat verandert er als een bepaald onderwerp valt? Noem daarna één ding wat je zag, heel voorzichtig: “ik zie dat je schouders omhoog gaan als je het over je werk hebt.” Negen van de tien keer komt daar het echte verhaal achter vandaan.
4. Reset eerst, denken kan daarna
Bij stress slaan de stoppen door. Net als bij een computer die vastloopt: je kunt niet voor- of achteruit, op welke knop je ook drukt. Je hersenen werken slechter, of even helemaal niet. Je staat verlamd in de lampen van een auto, als een hertje.
En in die toestand ga jij een diepe vraag stellen? Dat wordt niks. Niet bij je cliënt en niet bij jezelf.
Je lijf heeft zijn eigen Control-Alt-Delete. In de kinesiologie noemen we ze de switchingpuntjes. Raak ze aan, drink een glas water, kom even in beweging — voor- of achteruit maakt niet uit, als er beweging is. Sta op, loop een rondje, rek je uit.
En stel dán opnieuw je vraag.
In de praktijk: begin elke sessie (en elk moeilijk gesprek met jezelf) met dertig seconden resetten voordat je aan de inhoud komt. Je zult merken dat er antwoorden komen waar eerst alleen maar “ik weet het niet” zat.
5. Laat de verantwoordelijkheid liggen waar hij hoort
Dit is de lastigste, vooral voor lieve mensen die graag helpen. En dat zijn we bijna allemaal.
Zodra jij gaat invullen wat er speelt, ben je aan het redden. Je neemt het over. Je maakt de ander afhankelijk en jezelf onmisbaar — en het antwoord dat je vindt is jóuw antwoord, niet dat van de ander. Daar heeft je cliënt niets aan.
Vraag in plaats daarvan: wat heeft jouw lijf hier nodig? Wat is de eerste stap die jij zelf kunt zetten? En laat het dan even stil zijn. Ongemakkelijk stil. Het antwoord mag van de ander komen.
Dit is precies waarom ik zo verliefd ben op deze manier van werken. Met de spiertest luisteren we naar het lijf van de cliënt. We hoeven niet te redden, niet te bedenken, niet te gokken. We kijken samen wat iemand wil bereiken en wat hij daar zélf voor kan doen. Wij noemen dat het Selfresponsibility-model.
En dan wil je natuurlijk meer
Deze vijf dingen brengen je een heel eind. Ze maken je gesprekken scherper en je doelen helderder. Maar op een bepaald moment loop je tegen de grens aan van wat je kunt zien en aanvoelen. Dan wil je een antwoord uit het lijf zelf.
Daar begint spiertesten. En het mooie is: spiertesten leren gaat niet via een dik boek en een theorietoets. Het gaat via je handen. Je moet het voelen. Dat ene moment waarop een spier onder jouw hand verandert en je denkt: hé… dus het lijf zegt echt iets.
Nieuwsgierig geworden? In de tweedaagse workshop De Kracht van het Spiertesten (€197) leer je die basis door het gewoon zelf te doen. Twee dagen, hart én handen, in jouw tempo. Je gaat naar huis met je eigen Kinesiologie EHBO-koffer: technieken om stress af te voeren, je hoofd leeg te maken, beter met prikkels om te gaan en meer energie te krijgen. Plus toegang tot de online leeromgeving en de gratis begeleide oefenavonden, want oefenen is waar het echt gaat zitten.
Deze cursus geef ik al meer dan vijfentwintig jaar. En weet je wat er meestal gebeurt? De meesten willen daarna meer.
Wat zou jij als eerste willen kunnen testen?
Zonnige dag,
Roos
