Zit jij in de overlevingsstand? Herken de signalen van je lichaam
Laatst zat ik met een kopje thee bij een vriendin. Ze vertelde me over haar werk, haar kinderen, de drukte. Over alles wat er op een dag op haar afkwam. De afspraken, het huishouden, haar werk, de dingen die geregeld moesten worden en natuurlijk ook de mensen die iets van haar nodig hadden. “Het gaat wel,” zei ze. “Ik red het wel. Gewoon doorgaan.” Ik keek naar haar terwijl ze het zei. Haar schouders hingen naar voren. Haar stem klonk vlak. Ze was aanwezig, maar ergens ook niet helemaal. Ik herkende het meteen. Ze zat midden in haar overlevingsstand.
En misschien herken je dat wel.
Misschien ben jij ook iemand die altijd doorgaat. Die zegt: “Het valt wel mee.” Die pas rust neemt als alles af is. En laten we eerlijk zijn: wanneer is alles ooit écht af?
Wat is de overlevingsstand?
De term overlevingsstand wordt vaak gebruikt wanneer je lichaam en zenuwstelsel langdurig alert zijn. Je lichaam staat als het ware voortdurend klaar om te reageren. Dat is op zichzelf helemaal niet verkeerd.
Ons lichaam heeft namelijk een prachtig systeem om ons te beschermen wanneer er gevaar is. Bij een bedreigende situatie komt je lichaam in actie. Je hartslag kan omhooggaan, je spieren spannen zich aan en je aandacht richt zich op wat er op dat moment belangrijk is. Dat is een natuurlijke reactie op stress.
Het probleem ontstaat wanneer je lichaam na een drukke of spannende situatie onvoldoende terugschakelt naar rust en herstel. Dat kan gemakkelijker gebeuren dan je misschien denkt. Je hoeft geen grote crisis mee te maken om in de overlevingsstand terecht te komen.
Een drukke baan.
Een gezin waarin veel van je wordt gevraagd.
Zorgen voor anderen.
Financiële zorgen.
Een volle agenda.
Te weinig slaap.
Altijd bereikbaar zijn.
Veel prikkels.
De behoefte om alles goed te doen.
En vooral: het gevoel dat je altijd maar door moet.
Wanneer spanning zich opstapelt en er te weinig ruimte is voor herstel, kan je lichaam steeds langer “aan” blijven staan. Je merkt dat misschien niet eens direct. Als je dit maanden of zelfs jaren doet, kan het gaan voelen als normaal.
Hoe herken je de overlevingsstand?
Het lastige aan de overlevingsstand is dat je aan de buitenkant vaak helemaal niet ziet dat iemand hierin zit.
Je gaat gewoon naar je werk.
Je zorgt voor je gezin.
Je doet de boodschappen.
Je spreekt af met vrienden.
Je regelt alles wat geregeld moet worden.
Je functioneert.
Maar vanbinnen voelt het anders. Je bent moe. Je hoofd staat nooit stil. Je hebt weinig geduld. Ontspannen lukt nauwelijks.
En zelfs als je eindelijk een moment voor jezelf hebt, voelt het niet alsof je écht tot rust komt.
Misschien herken je jezelf in een aantal van deze signalen van de overlevingsstand.
1. Je bent voortdurend moe
Je bent moe als je opstaat. Moe na je werk. Moe na een drukke dag.
En soms zelfs moe nadat je eigenlijk een goede nacht hebt gehad.
Je denkt misschien dat je gewoon meer slaap nodig hebt.
Maar vermoeidheid kan ook een signaal zijn dat je lichaam al langere tijd veel spanning ervaart. Slapen is namelijk niet altijd hetzelfde als herstellen.
Je kunt voldoende uren slapen en toch wakker worden met het gevoel dat je batterij nauwelijks is opgeladen.
Wanneer je lichaam onvoldoende tot rust komt, kan vermoeidheid zich steeds verder opstapelen.
2. Je hebt een kort lontje
Misschien merk je dat je sneller geïrriteerd raakt. Een vraag van je kind kan ineens te veel zijn. Een berichtje van iemand voelt als nóg iets wat moet. Een kleine opmerking van je partner kan je enorm raken.
En achteraf denk je: “Waarom reageerde ik hier nou zo heftig op?”
Het kan zijn dat je emmer gewoon vol zit. Wanneer je al langere tijd veel spanning vasthoudt, is er minder ruimte voor nieuwe prikkels. Iets kleins kan dan ineens de druppel zijn. Een kort lontje betekent dus niet automatisch dat je een ongeduldig persoon bent.
Het kan ook een signaal van overbelasting zijn.
3. Je hebt moeite met keuzes maken
Wat eten we vanavond? Wanneer zal ik boodschappen doen? Welke afspraak moet ik verzetten? Wat moet ik eerst doen?
Het zijn kleine keuzes. Maar wanneer je hoofd al overvol zit, kunnen zelfs eenvoudige beslissingen voelen als een enorme opgave. Je hebt simpelweg geen ruimte meer. Je wilt misschien dat iemand anders even beslist.
Ook dit kan een teken zijn dat je al langere tijd te veel van jezelf vraagt.
4. Je kunt moeilijk ontspannen
Dit is een bijzonder herkenbaar signaal. Je hebt eindelijk een uurtje voor jezelf. Maar wat doe je? Je ruimt op. Je pakt je telefoon. Je werkt nog even iets af. Je doet een boodschap. Of je begint alvast met alles wat morgen moet gebeuren.
Rust voelt misschien zelfs een beetje ongemakkelijk. Alsof je iets hoort te doen.
Wanneer je lichaam lange tijd gewend is geraakt aan actie en alertheid, kan stilzitten juist onrust oproepen. Je moet dan niet alleen leren rusten. Je moet soms opnieuw leren voelen dat rust veilig is.
5. Je hoofd staat nooit stil
Je gedachten blijven maar doorgaan. Wat moet ik morgen doen? Heb ik dat nog geregeld? Wat als dit gebeurt? Ik moet die persoon nog bellen. Ik moet nog reageren. Vergeet ik nu iets? Je lichaam zit misschien op de bank, maar je hoofd is ondertussen al drie dagen verder. Ook dit kan ervoor zorgen dat je niet het gevoel hebt dat je werkelijk tot rust komt. Je bent fysiek gestopt, maar mentaal nog steeds bezig.
6. Je voelt je gespannen in je lichaam
De overlevingsstand speelt zich niet alleen in je hoofd af. Je lichaam doet mee. Misschien heb je regelmatig gespannen schouders. Een stijve nek. Hoofdpijn. Een opgejaagd gevoel. Een gespannen buik. Of merk je dat je ademhaling hoog of oppervlakkig wordt wanneer het druk is. Je lichaam geeft voortdurend informatie.
Alleen zijn we vaak zo gewend om door te gaan dat we die informatie pas opmerken wanneer de signalen heel duidelijk worden.
Je lichaam geeft signalen van stress
Wat ik zo bijzonder vind, is dat je lichaam vaak al veel eerder weet dat het te veel is dan jijzelf. Wij zijn namelijk heel goed in het wegpraten van signalen.
“Het is gewoon een drukke periode.”
“Na deze week wordt het rustiger.”
“Als dit project klaar is, neem ik vakantie.”
“Het valt allemaal wel mee.”
“Er zijn mensen die het veel zwaarder hebben.”
En dus gaan we door. Maar ondertussen kan je lichaam al weken of maanden signalen geven.
1. Gespannen spieren.
2. Vermoeidheid.
3. Slecht slapen.
4. Hoofdpijn.
5. Een opgejaagd gevoel.
6. Prikkelbaarheid.
7. Moeite met ontspannen.
8. Minder plezier.
9. Je terugtrekken.
Het zijn geen vervelende eigenschappen van jou. Het zijn signalen. Je lichaam probeert met je te communiceren.
Eigenlijk zegt het: “Luister eens naar mij.”
Waarom raak je gewend aan de overlevingsstand?
Misschien wel het lastigste aan langdurige stress is dat je eraan kunt wennen. Wat eerst uitzonderlijk voelde, wordt je nieuwe normaal.
Je denkt:
“Ik ben gewoon iemand die veel nadenkt.”
“Ik slaap nu eenmaal slecht.”
“Ik ben altijd al snel overprikkeld geweest.”
“Ik heb gewoon een druk leven.”
“Ik moet gewoon wat beter plannen.”
Maar wanneer je lange tijd op dezelfde manier leeft, kan het moeilijk worden om nog te herkennen hoe ontspannen eigenlijk voelt.
Je weet misschien nog wel hoe moe je bent. Maar je weet niet meer hoe het voelt om echt opgeladen wakker te worden.
Je weet dat je druk bent. Maar niet meer hoe het voelt om ruimte in je hoofd te hebben.
Je weet dat je snel geïrriteerd raakt. Maar je bent vergeten hoe het voelt om rustig te reageren.
Dat betekent niet dat er iets mis is met jou. Het betekent dat je lichaam misschien al heel lang probeert om alle ballen in de lucht te houden.
Overleven is niet hetzelfde als leven
Dat vind ik misschien wel het belangrijkste om te benoemen. Je kunt ontzettend goed functioneren en toch niet goed in je vel zitten. Je kunt succesvol zijn. Voor iedereen klaarstaan. Alles geregeld hebben. En ondertussen compleet leeglopen.
Aan de buitenkant ziet niemand dat misschien. En misschien zie jij het zelf ook niet.
Totdat je merkt dat je nergens meer echt plezier uithaalt. Dat je vooral bezig bent met wat moet. Dat je agenda vol staat, maar je leven leeg voelt.
Overleven betekent dat je vooral bezig bent met de volgende stap.
De volgende afspraak. De volgende werkdag. De volgende deadline. De volgende taak. Bij leven ontstaat er weer ruimte. Ruimte voor plezier. Voor verbinding. Voor ontspanning. Voor voelen. Voor jezelf.
Hoe kom je uit de overlevingsstand?
Misschien is dit de vraag die nu bij je opkomt. En het antwoord hoeft niet te zijn dat je je hele leven moet omgooien. De eerste stap is vaak veel eenvoudiger: herkennen wat er gebeurt.
Even stoppen. Even ademhalen. Even voelen. Hoe gaat het eigenlijk écht met mij?
Niet: Wat moet ik vandaag allemaal doen?
Maar: Hoe gaat het met míj? Waar voel ik spanning? Waar loop ik op leeg? Waar krijg ik energie van? Wanneer voel ik rust? Wanneer ben ik echt aanwezig?
En misschien wel de belangrijkste vraag: Hoe lang probeer ik dit al vol te houden?
Door jezelf deze vragen te stellen, ontstaat bewustwording. En vanuit bewustwording ontstaat ruimte om iets te veranderen. Je kunt bijvoorbeeld gaan kijken waar je grenzen liggen. Welke situaties je energie kosten. Waar je te veel van jezelf vraagt. En wat je nodig hebt om weer meer rust en balans te ervaren.
Je hoeft je leven niet stil te zetten
Uit de overlevingsstand komen betekent niet dat je voortaan in een hutje in het bos moet gaan wonen. 😉
Het betekent ook niet dat je nooit meer stress mag ervaren. Stress hoort bij het leven. Drukke periodes horen erbij. Er zullen altijd momenten zijn waarop er veel van je wordt gevraagd. Het gaat er niet om dat je alle stress uit je leven haalt. Het gaat erom dat je lichaam ook weer kan terugschakelen. Dat er naast inspanning ook ontspanning is. Naast zorgen voor anderen ook ruimte voor jezelf. Naast doen ook voelen. Naast doorgaan ook stoppen. Het gaat om balans. En om leren herkennen wanneer jij uit balans raakt.
Ben jij snel overprikkeld?
Overprikkeling en de overlevingsstand kunnen dicht bij elkaar liggen. Wanneer je lichaam al veel spanning draagt, kan er minder ruimte zijn voor nieuwe prikkels. Geluiden kunnen harder binnenkomen. Drukke ruimtes kunnen vermoeiend voelen. Een volle agenda kan je overweldigen. Meerdere mensen die tegelijk iets van je vragen kan te veel zijn. Misschien heb je na een drukke dag behoefte aan stilte en alleen zijn. Ook dat is informatie. Het betekent niet automatisch dat je “te gevoelig” bent.
Het kan een teken zijn dat je systeem behoefte heeft aan rust en herstel. Door je eigen signalen eerder te herkennen, kun je voorkomen dat je steeds verder over je grenzen gaat.
Misschien herken jij jezelf hierin
Misschien las je deze blog en dacht je bij verschillende stukken: “Dit ben ik.”
Misschien herken je de vermoeidheid. Het korte lontje. Het altijd maar doorgaan. Het volle hoofd. Het moeilijk kunnen ontspannen. Het gevoel dat je altijd “aan” staat. Of misschien vooral dat ene gevoel: “Ik ben mezelf een beetje kwijt.”
Als dat zo is, stap daar dan niet zomaar overheen. Niet meteen wegduwen. Niet denken: ach, het valt wel mee. Maar sta er eens bij stil. Wat probeert jouw lichaam je te vertellen? Want je lichaam geeft signalen. Je kunt jezelf van alles vertellen. Dat het wel gaat. Dat je sterk genoeg bent. Dat je nog even door moet. Dat het later wel rustiger wordt. Maar je lichaam blijft ondertussen reageren.
Misschien is het tijd om daar niet langer tegenin te gaan, maar te luisteren.
Van overleven naar leven
Er is een verschil tussen een leven leiden en een leven volhouden. Bij volhouden draait het vooral om de volgende dag halen. Bij leven ontstaat er weer ruimte voor plezier. Voor verbinding. Voor energie. Voor voelen. Voor genieten. Voor jezelf.
Nee, dat betekent niet dat alles ineens perfect wordt. Maar het betekent wel dat je jezelf niet langer hoeft kwijt te raken in alles wat er van je gevraagd wordt. Je mag er zijn. Met je grenzen. Met je behoeften. Met je gevoelens. Met je energie.
Misschien hoef je vandaag nog helemaal niets te veranderen. Misschien is het genoeg om eens bewust op te merken hoe het écht met je gaat. Om je schouders te laten zakken. Een paar keer rustig adem te halen.
En jezelf deze vraag te stellen: Ben ik aan het leven, of ben ik vooral aan het overleven?
Dat antwoord kan veel duidelijk maken. En misschien is dat wel het begin. Het begin van beter luisteren naar je lichaam. Het begin van je grenzen herkennen. Het begin van meer rust. Het begin van weer voelen wat jij nodig hebt. Want je verdient het om te bruisen. Niet alleen maar om vol te houden. Om te leven in plaats van te overleven.
Herken je jezelf hierin? Dan begint het bij bewustwording
Misschien herken je jezelf inmiddels in een aantal van deze signalen. Misschien denk je: dit gaat over mij. En juist dát is een belangrijk moment. Want bewustwording is vaak de eerste stap naar verandering. Dan ontstaat er iets belangrijks. Ruimte. Ruimte om te kijken: wat heb ík eigenlijk nodig?
En precies daar draait het om bij Baas in eigen Aura.
Niet alleen bewust worden van wat er met je gebeurt, maar ook ontdekken wat je ermee kunt doen. Want herkennen is één ding. Weten hoe je ermee omgaat is iets anders.
Tijdens Baas in eigen Aura leer je daarom niet alleen kijken naar de signalen van je lichaam en je energie, maar vooral hoe je daar praktisch mee kunt werken.
Hoe kom je uit die automatische piloot?
Hoe blijf je dichter bij jezelf wanneer het druk wordt?
Hoe herken je eerder dat je over je grens gaat?
Hoe zorg je ervoor dat je niet steeds alle energie van anderen meeneemt?
En hoe kun je jezelf weer terugbrengen naar rust, balans en stevigheid?
Het gaat dus niet om: “Ik moet gewoon minder stress hebben.” Het gaat om leren begrijpen wat er gebeurt én ontdekken welke tools jou kunnen helpen. Van bewustwording naar verandering. Van herkennen naar handelen. Van overleven naar weer écht leven.
Want je hoeft niet te wachten tot je lichaam nog harder gaat roepen. Je mag nu al luisteren. En misschien begint het wel met simpelweg erkennen:
“Ja. Dit herken ik. En ik wil dat het anders wordt.” je denkt. Je hoeft alleen te leren luisteren naar wat het lichaam al vertelt.
Zonnige dag,
Roos
