07-02-2026

Waarom ik vind dat spiertesten een kunst is, een vak dat je moet leren

spiertesten bij de academie voor kinesiologie

Waarom ik vind dat spiertesten een kunst is, een vak dat je moet leren

Ik hoor het regelmatig: “Spiertesten? Dat kan ik ook wel. Je drukt gewoon op een arm en dan voel je of iets goed of slecht is.” En eerlijk gezegd, dat doet me iets. Want spiertesten is zoveel meer dan een arm omlaag duwen en denken dat je het antwoord hebt. Het is een vak. Een kunst zelfs. En als je het niet goed doet, kun je meer schade aanrichten dan je denkt.

Ik vind het belangrijk om dit te delen omdat ik zie wat er gebeurt als mensen denken dat spiertesten simpel is. Ze gaan aan de slag zonder de juiste kennis, zonder de vaardigheden die nodig zijn om écht te luisteren naar het lijf van de ander. En dan? Dan krijg je cliënten die niet geholpen worden. Erger nog: ze raken het vertrouwen kwijt in kinesiologie. Dat vind ik zonde. Want als je het goed doet, is spiertesten een van de krachtigste tools die er zijn. Het lijf liegt niet. Maar jij als therapeut moet wel weten hoe je die eerlijkheid kunt horen.

Wat je écht nodig hebt als je gaat spiertesten

Laten we beginnen met de basis: je moet weten wát je test. Klinkt logisch, toch? Maar in de praktijk zie ik vaak dat mensen dat niet helder hebben. Test je verbaal of non-verbaal? Doe je een stresstest of stel je een ja-neevraag? Elk van deze tests vraagt om een andere aanpak. Als je dat niet scherp hebt, test je eigenlijk niks. Je drukt gewoon op een arm en hoopt dat je iets voelt.

En dan is er nog iets fundamenteels: je moet het verschil weten tussen wat van jou is en wat van de ander. Dat klinkt misschien abstract, maar het is cruciaal. Als jij als therapeut zelf stress hebt, onverwerkte emoties of overtuigingen die jou tegenhouden, dan gaat dat invloed hebben op je testen. Je projecteert je eigen verhaal op de cliënt. Je denkt dat je voelt wat er bij de ander speelt, maar eigenlijk voel je jezelf.

Uit de dramadriehoek blijven

Dit brengt me bij iets waar ik al eerder over schreef: de dramadriehoek. Als je gaat spiertesten en je staat in een van die drie rollen — redder, slachtoffer of beschuldiger — dan ben je niet neutraal meer. En neutraal zijn is essentieel.

Je mag niet in de reddersrol schieten. “Kom maar, ik los het wel even voor je op.” Dat klinkt lief, maar je neemt de verantwoordelijkheid over van de cliënt. Je maakt hem of haar afhankelijk van jou. En dat is niet de bedoeling. Het proces is van de cliënt, niet van jou.

Je mag ook niet in de rol van slachtoffer kruipen. “Oh, ik weet niet of ik dit wel goed doe, misschien moet je naar iemand anders.” Dat helpt niemand. Je client heeft iemand nodig die stevig staat, niet iemand die aan zichzelf twijfelt terwijl hij aan het testen is.

En de beschuldiger? Die wijst met de vinger. “Je doet het niet goed. Je luistert niet naar je lijf.” Dat creëert weerstand en schaamte. Daar heeft niemand wat aan.

Als je neutraal wilt testen, moet je uit die driehoek blijven. Je bent een helper, geen redder. Je stelt hulpvragen, je bent geen slachtoffer. Je bouwt samen, je beschuldigt niet. Dat vraagt zelfreflectie. Dat vraagt oefening. Dat vraagt eerlijkheid naar jezelf.

Overdracht en tegenoverdracht: herken wat er gebeurt

En dan hebben we het nog niet eens gehad over overdracht en tegenoverdracht. Dit zijn begrippen uit de psychologie, maar ze zijn net zo belangrijk in kinesiologie. Overdracht is wanneer de cliënt gevoelens of gedachten op jou projecteert die eigenlijk over iemand anders gaan. Tegenoverdracht is wanneer jij als therapeut gevoelens krijgt die eigenlijk over de cliënt gaan, maar die je niet als zodanig herkent.

Als je dat niet door hebt, ga je testen op basis van emoties die niet eens van de cliënt zijn. Of je reageert op iets in jezelf dat getriggerd wordt door de cliënt. Dan ben je niet meer neutraal. Dan test je niet meer wat het lijf zegt, maar wat jouw emoties zeggen.

Angst, saboteurs en de kunst van niet invullen

Verder moet je kunnen zien of er bij de cliënt angst speelt. Of dat er een saboteur actief is. Dat zijn krachten die het testresultaat kunnen beïnvloeden. Als je dat niet ziet, test je op het verkeerde niveau. Je denkt dat je een antwoord hebt, maar eigenlijk test je de angst of de saboteur.

En dan is er nog iets waar ik vaak tegenaan loop: therapeuten die invullen voor de ander. “Ja, ik voel dat je last hebt van je moeder.” Of: “Ik zie dat je bang bent voor verandering.” Maar wacht even. Iedereen voelt anders. Ieder lijf voelt anders. Wat jij voelt is niet per se wat de ander voelt. Het gaat om het proces van de cliënt, niet om wat jij ziet of denkt te zien.

Ja, je mag confronteren. Sterker nog, soms moet je dat. Als je ziet dat iemand vastloopt in zijn gedrag, als je moeilijke emoties voelt die de cliënt nog niet durft te voelen, dan mag je dat benoemen. Maar je doet dat vanuit nieuwsgierigheid, niet vanuit oordeel. “Ik merk dat er iets gebeurt als we het hierover hebben. Voel jij dat ook?” Dat is iets anders dan: “Jij bent bang voor verandering.”

Ethiek: niet alles mag

En dan komen we bij iets wat misschien wel het allerbelangrijkste is: ethiek. Je mag niet alles vragen. Punt. Je hebt als therapeut een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je mag niet testen op dingen die de cliënt niet wil weten. Je mag niet doorvragen op gebieden waar de cliënt niet klaar voor is. Je respecteert grenzen. Altijd.

Ik heb wel eens gehoord van therapeuten die testen of iemand bij zijn partner moet blijven. Of die testen op levensgrote beslissingen zonder dat de cliënt daar expliciet om gevraagd heeft. Dat is niet oké. Jij bent geen waarzegger. Jij bent geen beslisser. Jij bent iemand die luistert naar het lijf en die helpt om blokkades op te ruimen. Maar de keuzes, de beslissingen, die zijn van de cliënt.

Waarom dit alles zo belangrijk is

Misschien denk je nu: “Wow, dat is best veel.” En ja, dat is het ook. Maar dat is precies mijn punt. Spiertesten is geen trucje. Het is een vak. Het vraagt om kennis, om vaardigheden, om zelfreflectie, om ethisch bewustzijn. Het vraagt om respect voor het proces van de ander en om de moed om jezelf steeds weer te checken: ben ik neutraal? Test ik wat ik moet testen? Sta ik stevig genoeg?

Als je dat allemaal op orde hebt, dan wordt spiertesten echt krachtig. Dan kun je mensen helpen op een manier die diep en blijvend is. Dan zie je hoe het lijf zich opent, hoe blokkades loslaten, hoe mensen groeien. Dat is wat ik elke keer weer zie bij onze studenten. En dat is ook wat ik hoop dat jij gaat ervaren als je met kinesiologie aan de slag gaat.

Zuiver spiertesten: het is een reis

Zuiver of neutraal spiertesten is geen einddoel. Het is een reis. Je leert het niet in een weekendje. Je leert het door te oefenen, door fouten te maken, door jezelf steeds weer te checken. Door eerlijk te zijn over je eigen stress, je eigen overtuigingen, je eigen triggers. Hoe meer je dat doet, hoe beter je wordt. Hoe sterker jij staat, hoe meer de ander kan leunen. Hoe meer jij je eigen rommel opruimt, hoe helderder je kunt testen.

Dat is wat we bij de Academie voor Kinesiologie doen. We leiden mensen op die dit vak serieus nemen. Die begrijpen dat spiertesten meer is dan een techniek. Het is een houding. Een manier van zijn. Een voortdurende oefening in zelfreflectie, in respect, in ethiek.

Wil jij dit leren?

Misschien herken je jezelf in wat ik schrijf. Misschien denk je: “Ja, dit wil ik. Ik wil het goed leren. Ik wil niet zomaar wat doen, ik wil het écht kunnen.” Dan ben je bij ons op de juiste plek.

We hebben verschillende manieren waarop je kennis kunt maken met kinesiologie en met spiertesten. Wil je eerst proeven? Kom dan naar onze cursus De kracht van het spiertesten. In twee dagen leer je de basis en ontdek je wat er allemaal mogelijk is.

Wil je meer weten over de volledige opleiding? Mail dan naar roos@academievoorkinesiologie.nl en we plannen een kennismakingsgesprek. Dan kunnen we samen kijken wat bij jou past.

Wat je ook kiest, weet dat spiertesten een kunst is. Een vak. En dat je het kunt leren. Als je het serieus neemt. Als je bereid bent om naar jezelf te kijken. Als je respect hebt voor het proces van de ander. Dan wordt het prachtig. Dan maak je verschil. Voor jezelf en voor anderen.

Zonnige dag,

Roos